Historiek

De zaak Arcopar

Het Arco dossier is één van de grootste financiële schandalen uit de Belgische geschiedenis. De zaak kwam in 2013 aan het licht toen steeds duidelijker werd dat 800.000 Arco-coöperanten hun inleg kwijt dreigden te raken. De toenmalige minister van Financiën Steven Vanackere moest zelfs ontslag nemen uit de federale regering.

De geschiedenis

Groep Arco, voorheen Landelijk Verbond van Christelijke Coöperaties (LVCC) was een Belgische coöperatieve holding binnen de schoot van het ACW (Algemeen Christelijk Werknemersverbond). Sinds 2014 werkt men onder de naam Beweging.net. Dit is een netwerk van sociale organisaties.
Groep Arco telde begin 2011 ruim 800.000 particuliere aandeelhouders. De organisatie was bedoeld om zowel zuiver economische investeringen te doen als het ondersteunen van projecten in de derde en vierde wereld.

In de jaren ’90 verkocht BACOB (een kleine Belgische spaarbank) ruim 800.000 zogenaamd veilige Arco-spaarbeleggingen met kapitaalbescherming. De doelgroep bestond niet uit ‘beleggers’, maar uit werknemers met spaargeld die niet op zoek waren naar een risicovolle belegging, maar wel naar wat meer rente. Het risicoprofiel van de belegging werd in brochures en advertenties vergeleken met dat van een spaarbankboekje. Er werd hen door Groep Arco en door de verkopers van BACOB, een netto rendement beloofd van 4.25% zonder risico. De deelnemers betaalden geen belasting en geen inschrijfkosten. Ook kregen de klanten van BACOB de toezegging dat ze altijd hun nominale waarde konden opvragen. De gemiddelde inleg bedroeg € 1.860,- per Arco-coöperant. Ouders schreven vaak hun kinderen in. Binnen sommige gezinnen zijn er bedragen tot wel boven de € 10.000,- geïnvesteerd.

BACOB ging vanaf 2001 geleidelijk over in Dexiabank. Het Arco management deed er alles aan om zoveel mogelijk aandelenrekeningen te verkopen onder haar achterban. Tegen eind 2008 was het grootste deel (90%) van de investeringsfondsen van Arco belegd in de Dexia bank. Door het faillissement van Dexia ging het spaargeld van Arcopar, en dat van de aangesloten coöperanten, in rook op.

De Arco-coöperanten werden niet bij de aankoop, maar ook niet tijdens de looptijd van hun beleggingen geïnformeerd over de risico’s van deze zogenaamde spaarbeleggingen. Toen Dexia in de periode 2011 – 2012 failliet ging werden de aandelen vrijwel waardeloos. Door het ineenstorten van die bank diende Arco in vereffening te gaan. De vele coöperanten verloren op die manier hun inleg.

Eind 2012 werd de Arco-coöperanten langzaam duidelijk wat er was gebeurd en ontstonden de eerste protesten, die tot op de dag van vandaag aanhouden. Vele coöperanten beweren dat ze niet op de hoogte waren dat het om aandelen ging, of althans dat deze niet 'risicovol' waren.
 

Minister Kris Peeters over het politieke akkoord over Arco (2018)

Bron: Youtube-kanaal CD&V

Vanaf 2012 bemoeit de politiek zich met dit dossier en probeert de politiek een oplossing te vinden. Dat is op zich logisch als je ziet hoe groot de politieke verwevenheid is tussen partijen en ziet welke beloften er door de politiek zijn gedaan. De toenmalige regering onder premier Yves Leterme deed een poging een constructie op te zetten om de ARCO-aandelen te beschouwen als beschermde spaarbankboekjes. Zo konden de coöperanten terugbetaald worden via de staatswaarborg. De kostprijs daarvan werd geraamd op 1,5 miljard euro. Hier kwam veel protest op, onder andere van de gewone aandeelhouders van Dexia, die ook hun geld kwijt waren, maar niet op de politieke steun konden rekenen om hun geld terug te krijgen. Zowel de Europese Unie als de Raad van State beschreef dit als onwettig.

Belfius Bank

Door de impasse rond de Arco-coöperanten is de beursgang van Belfius Bank steeds opnieuw op de lange baan geschoven. De regering had deze coöperanten onder druk van het christendemocratische CD&V op de valreep van de vereffening een depositogarantie gegeven. Later bleek Europa zich hiertegen te verzetten omdat het een discriminatie betekende ten aanzien van de andere aandeelhouders die wel al hun geld waren verloren.

De zoektocht naar manieren om deze 800.000 beleggers alsnog voor minstens een deel te vergoeden leidt al jarenlang tot geruzie. In de tussentijd groeide Belfius uit tot een stabiele, winstgevende bank. Omdat CD&V bij monde van vicepremier Kris Peeters weigerde om een beursgang toe te staan zolang de Arco-coöperanten niet waren gecompenseerd, gingen de plannen keer op keer de koelkast in.

In juli 2018 zag het er naar uit dat de Belgische federale regering een akkoord bereikt had om Belfius nog dat jaar naar de beurs te brengen. Het plan was om een fonds te vormen van €600 mln om de Arco-gedupeerden te vergoeden. De Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) zou daarvoor maximaal €550 mln op tafel leggen. Dat geld zou komen van Beweging.net en de staat, aangevuld met 400 miljoen euro die Belfius zou uitkeren via een dividend, voorafgaand aan de beursgang. Daarnaast zou Belfius €50 mln inbrengen onder de noemer van een 'commerciële geste'. Concreet had dit betekend dat de co-coöperanten ongeveer 40% van hun claims zouden terugkrijgen.

Opmerkelijk is wel dat de regering ondanks de juridische voorgeschiedenis geen advies had gevraagd  aan de Europese Commissie over de aanvaardbaarheid van deze steunconstructie.

In september 2018 besliste de regering de beursgang van de staatsbank Belfius uit te stellen. Volgens premier Charles Michel was de tijd nog niet rijp en waren de voorwaarden nog niet bevredigend om de operatie door te voeren. 'Het uitstel van de beursgang is weloverwogen en gebeurt in overleg met de Federale Participatiemaatschappij (FPIM). De regering zal de situatie regelmatig opnieuw evalueren, in overleg met het management van Belfius en FPIM', aldus premier Michel.

Terug naar boven